Verkeer(d)

Toen ik nog in Nederland woonde, ergerde ik me geregeld groen en geel aan het rijgedrag van mijn medeweggebruikers. Zoals de meeste automobilisten vind ik vanzelfsprekend dat ik zelf nooit iets verkeerd doe op de weg. Ik had niet kunnen bedenken dat ik me in Nederland achteraf bezien in de verkeerskundige hemel bevond! Ik vroeg me af of het misschien zo is dat de gedragingen in het verkeer wat zeggen over een land en haar ingezetenen…

Zo maar een greep uit mijn dagelijkse ervaringen in het verkeer in Spanje. Omdat ik in Nederland zo’n slordige 50.000 km per jaar achter mijn wielen kreeg, houd ik van vlot en vloeiend rijden. Dat valt hier nog niet altijd mee. Op lange regionale wegen met een inhaalverbod, bij de dubbele doorgetrokken streep op de afdaling van Ojén naar Marbella bijvoorbeeld, zit ik op de een of andere manier altijd achter een auto die het traject waar je 60 km/u mag rijden vanwege de bochten niet goed aandurft en met een gangetje van 40 km/u naar beneden rolt. Ach, vijf minuten later op je afspraak is in Spanje gelukkig geen probleem.

Op de regionale wegen vallen vooral de kamikaze inhaalacties op, meestal voorafgegaan door een fraai staaltje bumperkleven, waarbij je de hete knoflookadem van je achtervolger bijna kunt ruiken. Geregeld blijkt zo’n actie eigenlijk ook net niet te kunnen en past de auto van de betreffende waaghals nog precies tussen jou en je voorganger. Nou ja, kun je mooi je remmen en ABS weer eens testen.

Ook opvallend is de tijd die wordt genomen voordat men een voorrangsweg oprijdt. Natuurlijk, stoppen is bij een stopbord verplicht (ik maak me inderdaad geregeld schuldig aan zachtjes doorrollen), maar wachten totdat er aan beide kanten in de verste verte geen auto meer is te zien is wat mij betreft een beetje te veel van het goede. Veilig is het wel. Overigens, als ik na het doorrollen in een wat mij betreft ruime invoegmogelijk duik – er zouden nog gemakkelijk drie auto’s achteraan kunnen – krijg ik van mijn tegenligger steevast een lichtsignaal, meestal vergezeld van een enthousiaste toeter. Aan de andere kant, wanneer je op een snelweg vanaf de oprit wilt invoegen worden de meest minuscule gaatjes vakkundig, indien nodig met een tussensprintje, dichtgereden.

Op de lokale wegen kan ik maar moeilijk wennen aan het ontbreken van een bedankgroet in de vorm van een opgestoken hand of knikje met het hoofd. Want zelfs wanneer ik in bergachtig gebied als stijgend verkeer mijn dalende tegenligger toch voor laat gaan of wanneer ik bij een wegversmalling stop terwijl ik het bekende voorrangsbord aan mijn kant heb staan, blijft mijn tegenligger stoïcijns voor zich uitkijken. Op rotondes is er vrijwel niemand die richting aangeeft bij het verlaten daarvan en dat is weer niet erg handig als jij al een tijd staat te wachten om die rotonde op te rijden.

Mijn met voorsprong grootste ergernis op de snelweg is dat iedereen op de linkerrijstrook blijft rijden nadat een inhaalactie is ondernomen. Als er – pak hem beet – honderd meter verderop een andere auto is die ook moet worden ingehaald, blijft men sowieso links rijden. Maar als er in geen velden of wegen een andere auto valt te bekennen, weet men nog steeds van geen wijken. Het is bijna onnodig om te vermelden dat de snelheid daarbij over het algemeen ver onder het toegestane maximum ligt. Er zijn zeeën van ruimte om rustig rechts in te haIen, maar gelukkig kan ik die drang (meestal) nog net bedwingen.

Aan de ene kant blijken de Spanjaarden macho’s op de weg te zijn, aan de andere kant zijn ze buitengewoon voorzichtig. Ik heb dan ook geen eenduidige lijn kunnen ontdekken in de relatie tussen Spanjaarden en hun rijgedrag. Ik blijf daarom maar gewoon bij mijn mening dat ik hen sympathiek vind…