Toe goemp

Buiten de toeristengebieden spreken de Spanjaarden nauwelijks tot geen Engels. Wil je dus een beetje met hen kunnen communiceren, ben je al snel op je Spaanse taalvaardigheden aangewezen.

Het valt me overigens wel op dat door de crisis hun vizier meer open op het buitenland is gericht. Het beheersen van de Engelse taal is dan een belangrijke stap. Eén van de eerste dingen die ik heb gedaan nadat ik met mijn gezin twee jaar geleden in Spanje aankwam – dat kwam zo op mijn pad – was Engelse conversatieles geven aan de achttienjarige zoon van een welgestelde lokale familie. Nu doe ik zelf ‘intercambio’ met een Spaanse vriend: we spreken zo nu en dan een uurtje af, waarvan we – onder het genot van koffie en een broodje – een half uur Engels en een half uur Spaans met elkaar praten. Elkaar vriendelijk corrigerend, is dat een pure win-win situatie. Ik heb ook al een paar andere Spanjaarden aan ‘guiris’ (Spaans voor buitenlander) gekoppeld om hetzelfde te doen. Heel leuk en leerzaam!

Het meegeven van een goede opleiding aan de kinderen staat hoog op het prioriteitenlijstje van de gemiddelde Spaanse ouder. De overheid draagt daar op haar manier ook een steentje aan bij: kinderen leren op de Escuela Infantil (kleuterschool) namelijk al lezen en schrijven! Een uurtje per week krijgen de kleuters tijdens hun drukke dagprogramma daarnaast Engelse les. Nou ja, Engels… Bij ons thuis ontspon zich laatst de volgende conversatie. “Pap, weet jij wat paars in het Engels is?” “Ik heb geen idee,” zei ik vanzelfsprekend. “Ik wel!” antwoordde mijn zoon van vier stoer: “poerpel”. Mijn dochter van zes mengde zich in het gesprek. Bij haar komen de werkwoorden blijkbaar al aan bod. “Pap, ik weet wat springen in het Engels is.” “Wat dan?” wilde ik wel weten. “Toe goemp,” zei ze trots. Terwijl ik aan haar vroeg wat ze zei, drong het tot me door. Natuurlijk: to jump!

Als je het zo bekijkt is het niet zo vreemd dat veel Spanjaarden hun kinderen al op jonge leeftijd Engelse bijles laten geven. Zelf spreken ze die taal niet, dus wordt daarvoor een professionele leraar of lerares in huis gehaald, die hun kindjes – nadat die zijn thuisgekomen van de kleuterschool en hun huiswerk (!) hebben gemaakt – trakteren op een stevige anderhalf uur Engelse les.

Wij vinden dat onze kinderen al genoeg met talen bezig zijn. Het is heel eenvoudig: op school leren ze Spaans en thuis leren ze Nederlands. Dat laatste gaat ook niet vanzelf, maar spelenderwijs en met een taalprogramma op de computer komen we al een heel eind. Het is voor ons daarbij wel de uitdaging om consequent Nederlands te praten, want voor je het weet “woon je op de campo” of “moet je even langs de ayuntamiento”.

Bovendien, als mijn vrouw en ik iets tegen elkaar willen zeggen dat niet voor de oren van onze kinderen bestemd is, dan praten we in het Engels met elkaar. Laat die taal – ook praktisch gezien – voorlopig dus nog maar even zitten. En als we er al mee gaan beginnen, heb ik daar geen Engelse leraar voor nodig: mijn uitspraak van toe goemp is heel behoorlijk.