Sinaasappel(sap)

In de vallei waar ik woon, de Valle del Guadalhorce, ziet het het hele jaar door groen van de sinaasappelbomen. Deze bomen hebben de eigenschap dat ze zelfs in tijden van grote droogte in de zomer, toch hun groene bladerdak blijven behouden. Dat ziet er wat mij betreft gezelliger en frisser uit dan de dorre, gele hellingen, die op veel plaatsen in Zuid-Spanje het decor vormen.

Er zijn verschillende soorten sinaasappelbomen, die vruchten dragen die op uiteenlopende momenten in het jaar rijp zijn en dus geplukt kunnen worden. De aftrap van het oranje seizoen vindt eind november plaats, wanneer de ‘naranjas navelinas’ rijp beginnen te worden. Deze soort kun je in december en januari aan de bomen vinden. Vervolgens maken van februari tot begin mei de ‘naranjas navel lane late’ hun opwachting.  De ‘naranjas Valencia late’ ten slotte, zijn in april, mei, juni en soms juli aan de beurt.

Bij mij in de tuin zijn er twee jaarlijkse plukhoogtepunten: de eerste in het voorjaar (in mei) en de tweede in de winter (in januari). Ik geniet dan dagelijks met volle teugen van het oranje vocht. Het probleem is alleen wel, dat er een stuk of tien bomen nagenoeg tegelijk rijp is. Ik kan dan op een gegeven moment geen versgeperste sinaasappelsap meer zien. Gezond is het gelukkig wel en weggeven van de ‘appeltjes van oranje’ kan natuurlijk ook. Ik moet alleen wel oppassen dat ik van het vele ambachtelijke uitpersen – met zo´n hendel die je per sinaasappelhelft met enige kracht naar beneden moet bewegen – geen RSI (Repeterende Sinaasappelpers Intolerantie) overhoud. Vorig seizoen ben ik zelfs in een gespecialiseerde kliniek in Valencia aanbeland om me aan deze aandoening te laten behandelen.

Aan het eind van het plukseizoen – als ik na een paar dagen onthouding toch wel weer toe ben aan een vitamine C bommetje – liggen er altijd nog een heleboel prachtig gave feloranje exemplaren op de grond naar me te lonken. Oprapen en alsnog uitpersen is een beginnersfout van de bovenste plank, zo heb ik proefondervindelijk vastgesteld. De aanwezigheid van die kleine witte wormpjes in je verse sapje is dan namelijk niet te vermijden. Het schijnt dat sommige soorten een eiwitrijke aanvulling op het dagelijkse dieet kunnen vormen. In de praktijk leveren ze lang niet altijd een positieve bijdrage aan de gezondheid heb ik inmiddels gemerkt.

Complicerende factor is daarbij nog, dat ze lastig zijn te onderscheiden van de door de pers mee gesijpelde stukjes vruchtvlees. Eigenlijk verraden alleen de subtiele bewegingen de ware aard. Je moet het vocht daarom heel goed inspecteren, want zeker aan het einde van de oogst kunnen ook de sinaasappels die nog aan de bomen hangen bezoekers hebben. Natuurlijk kun je – na te hebben vastgesteld dat het niet om vruchtvlees gaat – het sap nog door een theezeefje halen voordat je het consumeert, maar persoonlijk heb ik bij de aanblik van de krioelende ‘fruitvliegjes in wording’ meestal al gegeten en gedronken.

Na onthouding vanaf de zomer, staan we weer aan de vooravond van een nieuw sinaasappelseizoen. Ik neem aan dat u daar– zeker na het lezen van deze blog – net als ik halsreikend naar uitkijkt…